12/30: A Review from Belgium!

January 4, 2011

“Former indie rockband ‘Sorta’-member Trey Johnson surprises again with the successor of his 2009 debut solo album ‘Mount Pelèe’. The ten songs on his 2nd record ‘Where The East Ends’ are varying between pop, rock, ballads and soul and demonstrate the diversity of the tracks on this album, helping the listener to survive his difficult daily struggle.” www.rootstime.be

De uit Dallas, Texas afkomstige 42-jarige zanger en liedjesschrijver Trey Johnson was ook voor ons tot zeer recent een nobele onbekende. Daar kwam nu verandering in want distributeur Hemifran stuurde ons zijn uit 10 songs bestaande album “Where The East Ends” toe en de eerlijkheid gebiedt ons om te zeggen dat we aangenaam verrast werden door dit schijfje.

De opnamen vonden plaats in een periode van 10 dagen in mei 2010 in Dallas en kwam tot stand met de medewerking van een hele lange reeks van lokale musici die in de studio hun bijdrage aan het album kwamen afleveren. “Where The East Ends” is zijn tweede studioplaat als soloartiest na “Mount Pelèe” uit 2009 maar voordien had hij ook al vier albums uitgebracht met zijn toenmalige indierockgroep ‘Sorta’ waarvan hij deel uitmaakte sinds de oprichting in 2000 tot eind 2008.

Deze nieuwe cd bestaat uit tien eigen composities die aanleunen bij de actuele popmuziek maar hun folky oorsprong toch niet helemaal kunnen verbergen. Het geheel werd knap aangevuld met een naar soulmuziek neigende blazerssectie, bestaande uit Randy Graham (trompet), Dave Monsch (tenor saxofoon) en Annie Benjamin (fluit). Zij ondersteunen enkele songs op schitterende wijze zoals “Born & Raised” met Bubba Hernandez op tuba en soulballad “A Long Time” waarin een Hammondorgel de instrumentale hoofdrol krijgt toebedeeld.

Het bluesy “Don’t Let Them Wear You Down” sluit wat meer aan bij het werk dat Trey Johnson destijds bij zijn groep ‘Sorta’ bracht. In de song “Rain” komt de zanger vocaal sterk uit de hoek en blijken de invloeden van de Beatles ook nooit veraf te zijn. “Salt Of The Earth” en “Young & Dumb” kunnen ons eerlijk gezegd wat minder bekoren wegens te ‘mainstream’, maar met het op ragtime-piano gespeelde instrumentale deuntje “Auntie Mo’Rag” komen we al snel terug in de gepaste sfeer om te genieten van de resterende drie songs op dit amper 35 minuten durende album.

Dixieland jazz, honky tonk piano en opnieuw die soulvolle blazers in “Call Anytime” zorgen er voor dat dit nummer tot onze absolute favoriete song op “Where The East Ends” gebombardeerd wordt. In “Kentucky” kiest de fingerpicking banjospelende Trey Johnson voor een countrydeuntje en album-afsluiter “Bombs” schetst een niet zo hoopvol beklijvend toekomstbeeld voor deze wereld. Dit album zelf daarentegen kan wel voor een leuk verzetje zorgen bij de dagelijkse overlevingsstrijd die we allemaal toch moeten doormaken.

www.rootstime.be

Share

Leave a Reply

Panorama Theme by Themocracy Site administered by mg